Beleggen in obligaties: coupondata, looptijd en aflossing
Bij beleggen in obligaties zijn niet alleen de hoogte van de rente en de kredietwaardigheid van de uitgever van belang. Ook het moment waarop je rente ontvangt, de resterende looptijd en de manier van aflossen bepalen hoe je kasstroom eruitziet.
Dit artikel richt zich daarom specifiek op de planning van obligatie-inkomsten. Je leest hoe coupondata werken, welke aflossingsvormen voorkomen en hoe een obligatieladder kan helpen om looptijden te spreiden. Ook bespreken we waarom contractuele betaalmomenten geen zekerheid bieden over het uiteindelijke rendement.
Obligaties en kredietfondsen kunnen onderdeel zijn van een breed gespreide inkomensportefeuille. Spreiding over verschillende uitgevende instellingen, looptijden en activaklassen kan de afhankelijkheid van één inkomstenbron beperken, maar voorkomt verliezen niet. Beleggen kent risico’s en je kunt je inleg verliezen.
Inhoud
- Coupondata en rentevormen
- Couponrente, lopend rendement en rendement tot einde looptijd
- Aflossingsvormen
- Looptijd en obligatieladder
- Kasstroomplanning
- Belangrijkste risico’s
- Beoordeling vóór aankoop
- Individuele obligaties en obligatiefondsen
De vier bouwstenen van de kasstroom
Voor de kasstroom uit een obligatie zijn vier kenmerken belangrijk:
- Rentevorm: vast, variabel of zonder periodieke coupon.
- Betaalmoment: bijvoorbeeld jaarlijks, halfjaarlijks of per kwartaal.
- Aflossing: ineens, gefaseerd, vervroegd of zonder vaste einddatum.
- Risico: onder meer krediet-, rente-, liquiditeits-, inflatie- en valutarisico.
Deze kenmerken staan in het prospectus en de definitieve obligatievoorwaarden. De naam of coupon van een obligatie geeft op zichzelf onvoldoende informatie om de verwachte kasstroom te beoordelen.
Wanneer ontvang je rente bij beleggen in obligaties?
Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs. Je verstrekt kapitaal aan een overheid, onderneming of andere uitgevende instelling. Als daar een periodieke rentevergoeding tegenover staat, wordt die op vooraf bepaalde coupondata betaald.
Veel obligaties betalen jaarlijks of halfjaarlijks. Kwartaalbetalingen en andere schema’s komen ook voor. Een obligatie levert dus niet automatisch maandelijks inkomen op.
Bij aankoop tussen twee coupondata kan opgebouwde rente een rol spelen. De koper betaalt dan doorgaans de sinds de vorige couponbetaling opgebouwde rente aan de verkoper. Op de volgende coupondatum ontvangt de koper de volledige coupon. Dit beïnvloedt de afrekening bij aankoop, maar vormt geen extra rendement.
Vaste couponrente
Bij een vastrentende obligatie blijft de couponrente in beginsel gelijk gedurende de afgesproken periode. De couponrente is de jaarlijkse coupon als percentage van de nominale waarde.
Een vaste coupon maakt de contractuele rentestroom beter planbaar. De marktwaarde en het totale rendement staan echter niet vast. Als de marktrente stijgt, kan de koers van een bestaande obligatie dalen. Bij een dalende marktrente kan het omgekeerde gebeuren.
Variabele rente
Bij een variabel rentende obligatie wordt de coupon periodiek aangepast. De vergoeding is vaak gekoppeld aan een referentierente plus een opslag. Stijgt of daalt de referentierente, dan kan ook de coupon veranderen.
Variabele rente kan de gevoeligheid voor rentebewegingen beperken, maar neemt kredietrisico niet weg. De uitgever moet rente en aflossing nog steeds kunnen betalen.
Geen periodieke coupon
Een zero-couponobligatie betaalt tijdens de looptijd geen periodieke rente. Het mogelijke rendement ontstaat uit het verschil tussen de aankoopprijs en het bedrag dat bij aflossing wordt ontvangen. Dit type obligatie past daardoor niet bij een doelstelling die tijdens de looptijd periodieke rente-inkomsten vereist.
Couponrente is niet hetzelfde als rendement
De couponrente wordt berekend over de nominale waarde. Jij kunt een obligatie echter boven of onder die waarde kopen. Daardoor kan je rendement afwijken van het couponpercentage.
Drie begrippen helpen bij de beoordeling:
- Couponrente: de jaarlijkse coupon als percentage van de nominale waarde.
- Lopend rendement: de jaarlijkse coupon gedeeld door de actuele marktprijs.
- Rendement tot einde looptijd: een berekend rendement waarin de aankoopprijs, resterende couponbetalingen en aflossing zijn verwerkt, uitgaande van betaling volgens afspraak en aanhouden tot de einddatum.
Koop je boven de nominale waarde, dan kan het rendement tot einde looptijd lager zijn dan de couponrente. Koop je eronder, dan kan het hoger zijn, mits de uitgever alle betalingen nakomt.
Ook het rendement tot einde looptijd is een berekening en geen garantie. Wanbetaling, vervroegde aflossing, transactiekosten en de manier waarop couponinkomsten worden herbelegd kunnen de uitkomst veranderen. Bij een obligatie met een aflossingsoptie is ook het rendement tot de eerst mogelijke aflossingsdatum relevant.
Een hogere vergoeding gaat doorgaans samen met meer risico. Meer hierover lees je in High yield: betekenis en risico’s.
Welke aflossingsvormen zijn er?
Bij een reguliere obligatie wordt de hoofdsom volgens de voorwaarden op de einddatum terugbetaald. Dat geldt alleen als de uitgever aan zijn verplichtingen kan voldoen. De precieze aflossingsvorm bepaalt wanneer je kapitaal vrijkomt.
Volledige aflossing op de einddatum
Bij volledige eindaflossing ontvang je de hoofdsom in één keer terug. Houd je de obligatie tot die datum aan, dan is de tussentijdse beurskoers niet rechtstreeks bepalend voor het contractuele aflossingsbedrag. Kredietproblemen of bijzondere voorwaarden kunnen wel tot een andere uitkomst leiden.
Gefaseerde aflossing
Bij een amortiserende obligatie wordt de hoofdsom in delen terugbetaald. Hierdoor neemt het uitstaande bedrag gedurende de looptijd af. Als de coupon over de resterende hoofdsom wordt berekend, kan ook het rente-inkomen dalen.
Vervroegde aflossing
Sommige obligaties zijn op initiatief van de uitgever vervroegd aflosbaar. Dat kan voor de uitgever aantrekkelijk zijn wanneer herfinanciering goedkoper wordt.
Voor jou ontstaat dan herbeleggingsrisico: je krijgt je kapitaal eerder terug en kunt dit mogelijk alleen tegen een lagere rente opnieuw beleggen. Kijk daarom niet alleen naar de juridische einddatum, maar ook naar mogelijke aflossingsdata en de voorwaarden die daarbij horen.
Eeuwigdurende obligaties
Eeuwigdurende obligaties hebben geen vaste einddatum. Soms heeft de uitgever wel het recht om op bepaalde momenten af te lossen. Zonder uitoefening van dat recht is er geen vooraf vastgelegd moment waarop de hoofdsom wordt terugbetaald.
Wat betekent de looptijd voor je kasstroom?
De looptijd van een obligatie geeft aan wanneer de eindaflossing volgens de voorwaarden plaatsvindt. Dit is niet hetzelfde als duration. Duration is een maatstaf voor de rentegevoeligheid waarin de timing van kasstromen wordt meegenomen.
Langlopende vastrentende obligaties reageren doorgaans sterker op veranderingen in de marktrente dan kortlopende obligaties. Bovendien blijft bij een langere looptijd langer onzeker of de uitgever financieel in staat blijft om te betalen.
De looptijd moet daarom samen worden beoordeeld met:
- de kredietkwaliteit van de uitgever;
- de marktprijs;
- de couponrente en coupondata;
- de rangorde bij betalingsproblemen;
- eventuele zekerheden;
- mogelijkheden voor vervroegde aflossing;
- valuta en verhandelbaarheid.
Kasstroom plannen met een obligatieladder
Een obligatieladder bestaat uit obligaties met verschillende einddata. In plaats van al het kapitaal op één moment vast te leggen, verdeel je de looptijden. Er komt dan op meerdere momenten kapitaal vrij dat je kunt gebruiken of herbeleggen.
Een obligatieladder kan helpen om herbeleggingsmomenten te spreiden. Hij voorkomt echter niet dat de marktrente op een aflossingsmoment laag is of dat een uitgever betalingsproblemen krijgt.
Coupondata en looptijden hebben verschillende functies:
- Met gespreide coupondata verdeel je rente-inkomsten over het jaar.
- Met een obligatieladder spreid je de momenten waarop de hoofdsom vrijkomt.
Wie bijvoorbeeld maandelijkse inkomsten nastreeft, kan verschillende betaalmomenten combineren. De feitelijke betalingen kunnen alsnog wijzigen door wanbetaling, vervroegde aflossing of veranderende coupons. De planning is daarom een scenario, geen toezegging.
Binnen een bredere inkomensstrategie kunnen ook obligatie- en kredietfondsen worden gebruikt. Zij bundelen inkomsten uit meerdere posities, maar een fondsuitkering hoeft niet exact gelijk te zijn aan de in die maand ontvangen rente. Lees meer over het combineren van inkomstenbronnen in Beleggen voor maandelijkse inkomsten.
Welke risico’s beïnvloeden rente en aflossing?
Kredietrisico
De uitgever kan rente of hoofdsom niet volledig of niet op tijd betalen. Bij een herstructurering of faillissement kun je een deel van je inleg verliezen. Een kredietrating kan helpen bij een eerste beoordeling, maar is geen garantie en kan worden aangepast.
Renterisico
Bij een stijgende marktrente dalen bestaande vastrentende obligaties doorgaans in koers. Dit is vooral zichtbaar als je voor de einddatum verkoopt. Ook bij aanhouden is er een economisch nadeel mogelijk: je kapitaal blijft belegd tegen een coupon die lager kan zijn dan de actuele marktrente.
Liquiditeitsrisico
Niet iedere obligatie wordt actief verhandeld. Bij weinig handel kan het verschil tussen bied- en laatprijs groot zijn. Een verkoop vóór de einddatum kan daardoor meer kosten of alleen tegen een lagere prijs mogelijk zijn.
Inflatierisico
Inflatie vermindert de koopkracht van vaste couponbetalingen en de latere aflossing. Een positieve nominale kasstroom kan daardoor een beperkt of negatief reëel resultaat opleveren.
Valutarisico
Bij obligaties in een andere valuta beïnvloeden wisselkoersen het resultaat in euro’s. Een waardedaling van de vreemde valuta kan een deel van het rente- of koersresultaat tenietdoen.
Herbeleggingsrisico
Coupons en aflossingen moeten opnieuw worden belegd als je het vermogen aan het werk wilt houden. De beschikbare vergoeding kan op dat moment lager zijn. Dit risico neemt toe bij vervroegde aflossing.
Hoe beoordeel je een obligatie vóór aankoop?
Beoordeel niet alleen de coupon, maar de volledige kasstroom en verschillende scenario’s. Stel in ieder geval deze vragen:
- Wie is de uitgever en hoe is de financiële positie?
- Is de rente vast, variabel of voorwaardelijk?
- Op welke coupondata wordt betaald?
- Welke aankoopprijs betaal je ten opzichte van de nominale waarde?
- Wat is het rendement tot einde looptijd als alle betalingen volgens afspraak plaatsvinden?
- Wat is het rendement tot de eerst mogelijke vervroegde aflossing?
- Wanneer en op welke wijze wordt de hoofdsom afgelost?
- Wat kan er gebeuren bij rentestijging, kredietverslechtering of verkoop vóór de einddatum?
- Welke rangorde, zekerheden, valuta en liquiditeit gelden?
- Welke kosten en voor jou relevante belastingen beïnvloeden het resultaat?
Belastingen zijn afhankelijk van je persoonlijke situatie en kunnen veranderen. Verwachte rendementen en scenario-uitkomsten blijven onzeker. Het is daarom nuttig om naast een basisscenario ook een ongunstig scenario te bekijken, zoals een hogere marktrente, lagere kredietwaardigheid of vervroegde aflossing.
Individuele obligaties of obligatiefondsen?
Met individuele obligaties kun je coupondata, looptijden en aflossingsvoorwaarden per positie selecteren. Voor voldoende spreiding zijn doorgaans meerdere uitgevende instellingen, sectoren en looptijden nodig. Sommige obligaties zijn bovendien beperkt toegankelijk of verhandelbaar.
Een obligatiefonds bundelt veel obligaties. Dat maakt spreiding eenvoudiger, maar een fonds heeft meestal geen einddatum waarop jouw inleg tegen nominale waarde wordt afgelost. De fondskoers en uitkering kunnen fluctueren. Kosten verlagen het resultaat.
De keuze hangt onder meer af van je beleggingshorizon, gewenste kasstroom, liquiditeitsbehoefte en bereidheid om krediet- en koersrisico te dragen. Dit is algemene informatie en geen persoonlijk beleggingsadvies.
Veelgestelde vragen
Wanneer ontvang je couponrente bij beleggen in obligaties?
Dat staat in de obligatievoorwaarden. Jaarlijkse en halfjaarlijkse betalingen komen veel voor, maar kwartaalbetalingen en andere schema’s zijn mogelijk. Een zero-couponobligatie betaalt tijdens de looptijd geen coupon.
Wat gebeurt er als ik tussen twee coupondata koop?
Bij de afrekening betaal je doorgaans de sinds de vorige coupondatum opgebouwde rente aan de verkoper. Op de volgende coupondatum ontvang je de volledige coupon. De opgebouwde rente is daarom geen extra rendement.
Krijg je bij de einddatum altijd de hoofdsom terug?
Nee. Terugbetaling hangt af van de voorwaarden en het vermogen van de uitgever om te betalen. Ook kunnen gefaseerde of vervroegde aflossing en bijzondere voorwaarden gelden.
Wat is het verschil tussen couponrente en lopend rendement?
De couponrente is de jaarlijkse coupon als percentage van de nominale waarde. Het lopend rendement vergelijkt de jaarlijkse coupon met de actuele marktprijs. Geen van beide verwerkt alle kasstromen en risico’s.
Wat is een obligatieladder?
Een obligatieladder is een verzameling obligaties met verschillende einddata. Hierdoor komt de hoofdsom op meerdere momenten vrij. Verschillende coupondata spreiden daarentegen vooral de rente-inkomsten over het jaar.
Kun je met obligaties iedere maand inkomen ontvangen?
Eén obligatie betaalt meestal niet maandelijks. Door coupondata te spreiden of een fonds met een periodiek uitkeringsbeleid te gebruiken, kan een regelmatiger kasstroom ontstaan. De hoogte en continuïteit daarvan staan niet vast.
Obligaties binnen een brede inkomensportefeuille
Bij beleggen in obligaties bepalen coupondata, aflossingsvoorwaarden en looptijden wanneer kasstromen beschikbaar komen. Kredietkwaliteit, marktprijs en risico’s bepalen mede of de verwachte betalingen en het berekende rendement daadwerkelijk worden gerealiseerd.
GGR spreidt over meer dan 50 onderliggende beleggingsfondsen, meer dan 35 fondsbeheerders en meer dan 10 activaklassen, waaronder high yield-obligaties en senior loans. De doelstelling is een maandelijkse kapitaaluitkering met een beoogd rendement van circa 10% per jaar op jaarbasis. Dit is een doelstelling en geen garantie. Je kunt de uitgangspunten verder bekijken op de strategie van GGR. Beleggen kent risico’s en je kunt je inleg verliezen.

