De intrinsieke waarde van een beleggingsfonds laat zien wat één participatie in het fonds op een bepaald waarderingsmoment waard is. Deze waarde wordt afgeleid van de bezittingen en verplichtingen van het fonds. Zij is niet automatisch gelijk aan de beurskoers, het bedrag dat een belegger heeft ingelegd of de uitkering die het fonds doet. Wie een fonds goed wil beoordelen, moet die begrippen daarom uit elkaar houden.

Wat is de intrinsieke waarde van een beleggingsfonds?

De intrinsieke waarde is de nettovermogenswaarde van een fonds, gedeeld door het aantal uitstaande participaties. In internationale rapportages wordt hiervoor vaak de afkorting NAV gebruikt: Net Asset Value. Dat is de kern van de NAV-betekenis.

In formulevorm:

Intrinsieke waarde per participatie = (totale bezittingen − totale verplichtingen) ÷ aantal uitstaande participaties

Tot de bezittingen kunnen onder meer behoren:

  • beursgenoteerde aandelen, obligaties en andere effecten;
  • participaties in andere beleggingsfondsen;
  • ontvangen of nog te ontvangen dividenden en rente;
  • liquide middelen;
  • overige vorderingen van het fonds.

Daartegenover staan de verplichtingen, zoals nog te betalen kosten, belastingen, transactieverplichtingen en eventuele financiering. Na aftrek daarvan resteert het nettovermogen.

Stel ter illustratie dat een fonds na aftrek van alle verplichtingen een nettovermogen heeft van €100 miljoen en dat er 10 miljoen participaties uitstaan. De intrinsieke waarde bedraagt dan €10 per participatie. Dit rekenvoorbeeld is uitsluitend bedoeld om de methode inzichtelijk te maken en zegt niets over een verwacht rendement.

Hoe wordt de intrinsieke waarde van een beleggingsfonds berekend?

De formule is eenvoudig, maar de praktische waardering van alle fondsbezittingen kan complex zijn. Een fonds moet voor iedere positie bepalen welke actuele waarde in de berekening wordt opgenomen.

Waardering van beursgenoteerde beleggingen

Voor liquide, beursgenoteerde effecten wordt doorgaans een marktprijs op het vastgestelde waarderingsmoment gebruikt. Afhankelijk van de fondsvoorwaarden kan dat bijvoorbeeld een slotkoers, middenkoers of een andere representatieve prijs zijn.

Koersen veranderen gedurende de handelsdag. Daarom is het waarderingsmoment belangrijk: een intrinsieke waarde is altijd een momentopname. Ook tijdsverschillen tussen internationale beurzen kunnen een rol spelen. Wanneer de ene beurs al gesloten is terwijl een andere nog handelt, zijn niet alle onderliggende prijzen even recent.

Waardering van minder liquide beleggingen

Niet iedere belegging heeft voortdurend een actuele, goed verhandelbare beursprijs. Bij minder liquide effecten of niet-beursgenoteerde posities kan een waarderingsmodel nodig zijn. Daarbij kunnen onder meer recente transacties, vergelijkbare beleggingen en verwachte kasstromen worden gebruikt.

Zo'n waardering is gebaseerd op vastgestelde methoden, maar bevat vaker aannames dan de waardering van een veel verhandeld aandeel. De gerapporteerde intrinsieke waarde is daardoor niet in alle situaties exact gelijk aan het bedrag dat bij onmiddellijke verkoop van alle beleggingen zou worden ontvangen.

Valuta en inkomsten

Beleggingen in vreemde valuta moeten worden omgerekend naar de rapportagevaluta van het fonds. Wisselkoersbewegingen kunnen de participatiewaarde dus verhogen of verlagen, los van de lokale ontwikkeling van de belegging zelf.

GGR Income Fund past bewust geen valutahedge toe. Daarmee vermijden we de kosten en complexiteit van structurele afdekking, maar beleggers blijven wel blootgesteld aan valutaschommelingen. Die kunnen zowel positief als negatief doorwerken in de waarde van het fonds.

Ook opgebouwde maar nog niet ontvangen rente en dividend kunnen, afhankelijk van de gehanteerde boekhoud- en waarderingsregels, in de berekening worden meegenomen.

Intrinsieke waarde en fondskoers zijn niet altijd gelijk

De termen intrinsieke waarde, participatiewaarde en fondskoers worden geregeld door elkaar gebruikt. Toch kunnen ze iets anders betekenen.

Bij een niet-beursgenoteerd open-end fonds vinden in- en uitstappen doorgaans plaats rond de berekende intrinsieke waarde, eventueel met een opslag of afslag voor transactiekosten. In dat geval liggen participatiewaarde en fondskoers vaak dicht bij elkaar.

Bij een beursgenoteerd fonds ontstaat de koers op de beurs door vraag en aanbod. De beurskoers kan daardoor hoger of lager zijn dan de nettovermogenswaarde per participatie:

  • een koers boven de intrinsieke waarde heet een premie;
  • een koers onder de intrinsieke waarde heet een discount.

Vooral bij closed-end fondsen kan zo'n verschil langere tijd blijven bestaan. Factoren die daarbij een rol kunnen spelen zijn het marktsentiment, de verhandelbaarheid, de reputatie van de beheerder, de verwachte uitkeringen en de samenstelling van de portefeuille.

Ook publicatietiming kan een verschil veroorzaken. Een actuele beurskoers kan worden vergeleken met een NAV die op een eerder waarderingsmoment is vastgesteld. Het waargenomen verschil is dan deels een tijdseffect.

Voor beleggers is het daarom verstandig om na te gaan:

  1. hoe vaak de intrinsieke waarde wordt berekend;
  2. op welk moment de onderliggende posities worden gewaardeerd;
  3. of het fonds beursgenoteerd is;
  4. of er bij toe- of uittreding opslagen of afslagen gelden;
  5. of de getoonde fondskoers actueel is.

Intrinsieke waarde is niet hetzelfde als een uitkering

Een uitkering is een kasstroom van het fonds naar de belegger. De intrinsieke waarde is een waardering van het nettovermogen per participatie. Hoewel beide met elkaar samenhangen, meten ze dus niet hetzelfde.

Een uitkering kan bijvoorbeeld worden gefinancierd uit:

  • ontvangen dividend;
  • ontvangen rente;
  • gerealiseerde koerswinsten;
  • beschikbaar kapitaal, indien de fondsvoorwaarden dat toestaan.

Bij een uitkering verlaat geld het fonds. Als alle overige omstandigheden gelijk blijven, daalt de intrinsieke waarde rond het uitkeringsmoment met ongeveer het uitgekeerde bedrag per participatie. In de praktijk bewegen ondertussen ook de onderliggende beleggingen en wisselkoersen, waardoor het effect niet altijd één op één zichtbaar is.

GGR Income Fund is gericht op maandelijkse kapitaaluitkeringen en streeft naar circa 10% per jaar. Die doelstelling is geen garantie. De uitkering moet bovendien niet los worden gezien van de ontwikkeling van de participatiewaarde. Een belegger ontvangt weliswaar periodiek geld, maar als daarvoor kapitaal aan het fonds wordt onttrokken, werkt dat door in de intrinsieke waarde.

Daarom is het totale resultaat relevanter dan alleen het uitkeringspercentage. Vereenvoudigd bestaat dat uit:

ontwikkeling van de participatiewaarde + ontvangen uitkeringen

Daarbij moeten kosten en eventuele belastingen worden betrokken. Een hoge uitkering is op zichzelf geen bewijs van een hoog beleggingsrendement en zegt evenmin dat het oorspronkelijke kapitaal behouden blijft.

Welke factoren veranderen de participatiewaarde?

De participatiewaarde kan van waarderingsmoment tot waarderingsmoment wijzigen. De belangrijkste oorzaken zijn:

  • Koersbewegingen: onderliggende aandelen, obligaties en fondsen stijgen of dalen in waarde.
  • Dividend en rente: inkomsten worden opgebouwd en ontvangen, waarna ze kunnen worden herbelegd of uitgekeerd.
  • Valutabewegingen: buitenlandse bezittingen veranderen in eurowaarde als wisselkoersen bewegen.
  • Kosten: beheer-, administratie-, bewaar- en transactiekosten drukken het fondsvermogen.
  • Uitkeringen: uitgekeerd kapitaal verlaat het fonds en verlaagt, al het overige gelijk blijvend, de NAV.
  • In- en uitstroom: nieuwe participaties of inkopen kunnen invloed hebben, vooral als transactiekosten niet volledig aan de betreffende toe- of uittreder worden toegerekend.
  • Waarderingsaanpassingen: nieuwe marktinformatie kan leiden tot een andere waardering van minder liquide posities.

GGR Income Fund belegt gespreid over meer dan 50 onderliggende hoog-dividendfondsen van meer dan 35 fondsbeheerders, waaronder institutioneel toegankelijke fondsen. Deze spreiding beperkt de afhankelijkheid van één fonds of beheerder, maar neemt marktrisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico en valutarisico niet weg. Ook breed gespreide beleggingen kunnen tegelijkertijd in waarde dalen.

Zo gebruikt u de NAV in de praktijk

De NAV is vooral bruikbaar wanneer deze in context wordt bekeken. Eén los getal zegt weinig zonder informatie over de datum, eerdere uitkeringen en de gevolgde waarderingsmethodiek.

Vergelijk dezelfde meetmomenten

Vergelijk participatiewaarden bij voorkeur over dezelfde soort waarderingsdata. Houd rekening met uitkeringen die in de tussenliggende periode hebben plaatsgevonden. Een daling van de NAV na een uitkering hoeft niet te betekenen dat de portefeuille met hetzelfde percentage is gedaald.

Kijk naar totaalrendement

Wie uitsluitend naar de fondskoers of intrinsieke waarde kijkt, mist de ontvangen uitkeringen. Wie alleen naar de uitkering kijkt, mist de ontwikkeling van het onderliggende vermogen. Voor een vollediger beeld zijn beide nodig.

Historische rendementen kunnen helpen om de werking van een fonds te begrijpen, maar bieden geen betrouwbare voorspelling voor de toekomst. Let ook op of prestaties vóór of na kosten worden getoond en of uitkeringen als herbelegd zijn verwerkt.

Lees de fondsdocumentatie

In het prospectus, de voorwaarden en periodieke rapportages staat doorgaans beschreven:

  • hoe vaak de intrinsieke waarde wordt vastgesteld;
  • welke waarderingsmethoden worden gebruikt;
  • welke kosten ten laste van het fonds komen;
  • hoe uitkeringen worden bepaald;
  • hoe toe- en uittreding verloopt;
  • welke specifieke risico's gelden.

Transparante rapportage maakt het mogelijk om de ontwikkeling van de participatiewaarde, portefeuille en uitkeringen in samenhang te volgen. Bij een fonds dat in andere fondsen belegt, is daarnaast inzicht in de onderliggende spreiding en beheerders relevant.

Wat zegt intrinsieke waarde niet?

De intrinsieke waarde is een belangrijk meetpunt, maar geen volledig kwaliteitsoordeel. Zij vertelt niet automatisch:

  • of een fonds goedkoop of duur gewaardeerd is;
  • hoe stabiel toekomstige uitkeringen zullen zijn;
  • hoeveel risico de portefeuille bevat;
  • hoe snel alle beleggingen verkocht kunnen worden;
  • welk rendement een belegger zal behalen;
  • of het fonds past bij iemands financiële situatie en beleggingshorizon.

Ook een zorgvuldig berekende NAV kan dalen door ongunstige markten, kredietproblemen, rentebewegingen, valutaontwikkelingen of veranderende waarderingen. In uitzonderlijke marktomstandigheden kunnen prijzen minder betrouwbaar zijn en kan verhandelbaarheid afnemen.

De intrinsieke waarde van een beleggingsfonds is daarom vooral een vertrekpunt. Door haar te combineren met informatie over uitkeringen, kosten, portefeuilleopbouw, liquiditeit en risico ontstaat een bruikbaarder beeld van het fonds.

Wilt u meer weten over de waardering, maandelijkse kapitaaluitkeringen en rapportage van GGR Income Fund? U kunt vrijblijvend nadere informatie en de fondsdocumentatie bij ons aanvragen. Beleggen brengt risico's met zich mee: u kunt (een deel van) uw inleg verliezen en rendementen en uitkeringen kunnen lager uitvallen dan de doelstelling.