Hoog rendement obligaties versus high yield obligaties: is er verschil?

Hoog rendement obligaties en high yield obligaties zijn doorgaans twee benamingen voor dezelfde categorie bedrijfsobligaties. Het belangrijkste kenmerk is niet de naam, maar de relatief lage kredietwaardigheid van de uitgevende onderneming. Beleggers ontvangen daarom meestal een hogere rentevergoeding dan bij obligaties van kredietwaardigere bedrijven of overheden.

Die hogere rente komt niet zonder extra risico. De onderneming kan betalingsproblemen krijgen, de marktwaarde van de obligatie kan dalen en een periodieke uitkering is niet vanzelfsprekend maandelijks. In dit artikel lees je welke verschillen er wel en niet zijn, hoe rente en kredietrisico samenhangen en wat dit betekent als je periodiek inkomen wilt ontvangen.

Zijn hoog rendement obligaties en high yield obligaties hetzelfde?

In de praktijk betekenen de termen meestal hetzelfde. ‘Hoog rendement obligaties’ is de Nederlandse omschrijving van ‘high yield obligaties’. Ook de formuleringen ‘obligaties hoog rendement’ en ‘obligaties met hoog rendement’ verwijzen doorgaans naar obligaties met een relatief hoge rente en een lager kredietoordeel.

High yield is dus geen afzonderlijke juridische obligatievorm. De term beschrijft vooral een risicocategorie. Het gaat meestal om bedrijfsobligaties die door kredietbeoordelaars lager worden beoordeeld dan investment grade. Ze worden daarom ook wel non-investment-grade-obligaties genoemd.

De precieze grens en beoordeling kunnen per kredietbeoordelaar verschillen. Bovendien kan de kredietwaardigheid gedurende de looptijd veranderen. Een obligatie die bij uitgifte investment grade was, kan later worden afgewaardeerd. Andersom kan een onderneming haar financiële positie verbeteren en een hogere beoordeling krijgen.

Wie meer over de terminologie wil weten, kan ook de uitleg over de betekenis van high yield lezen.

Waarom bieden hoog rendement obligaties een hogere rente?

De rente op een obligatie bestaat in economische zin uit meerdere componenten. Beleggers willen onder meer worden gecompenseerd voor de marktrente, de looptijd, de beperkte verhandelbaarheid en het risico dat de uitgevende onderneming haar verplichtingen niet nakomt.

Bij hoog rendement obligaties speelt vooral de kredietopslag een belangrijke rol. Dat is de extra vergoeding boven op de rente van een obligatie die als kredietwaardiger wordt gezien. Hoe groter de onzekerheid over rente- en aflossingsbetalingen, hoe hoger die opslag doorgaans moet zijn om beleggers te interesseren.

Een hoge rente is daardoor niet automatisch aantrekkelijker. De rente kan juist hoog zijn omdat de markt een grotere kans op financiële problemen inschat. Rendement moet daarom altijd in samenhang met risico worden beoordeeld.

Couponrente is niet hetzelfde als rendement

De coupon is de contractuele rente die de uitgevende instelling volgens de obligatievoorwaarden betaalt. Het effectieve rendement hangt ook af van de prijs waarvoor je de obligatie koopt.

Koop je een obligatie onder de nominale waarde en wordt zij aan het einde volledig afgelost, dan kan het rendement hoger zijn dan de coupon. Betaal je juist meer dan de nominale waarde, dan kan het rendement lager uitvallen. Transactiekosten, belastingen, wanbetaling en eventuele vervroegde aflossing kunnen het uiteindelijke resultaat eveneens beïnvloeden.

Let bij obligaties met hoog rendement daarom niet alleen op het couponpercentage, maar onder meer ook op:

  • de actuele marktprijs;
  • de resterende looptijd;
  • de verwachte aflossingswaarde;
  • de kredietwaardigheid van de uitgevende onderneming;
  • de rangorde van de lening;
  • eventuele mogelijkheden voor vervroegde aflossing;
  • kosten en valuta-effecten.

Meer basisinformatie vind je in Beleggen in obligaties: coupondata, looptijd en aflossing.

Welk kredietrisico hebben high yield obligaties?

Kredietrisico is het risico dat een onderneming de verschuldigde rente of hoofdsom niet volledig of niet op tijd betaalt. Dat risico is bij high yield obligaties gemiddeld groter dan bij investment-grade-obligaties. Binnen de categorie bestaan echter grote verschillen.

Een bedrijf kan een lagere kredietbeoordeling krijgen door een hoge schuld, wisselende kasstromen, een kwetsbaar bedrijfsmodel of tegenvallende marktomstandigheden. Ook een overname, herfinanciering of economische neergang kan de financiële ruimte beperken.

Wanbetaling en verlies op de hoofdsom

Als een onderneming niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, kan zij betalingen uitstellen, schulden herstructureren of failliet gaan. Obligatiehouders krijgen dan mogelijk slechts een deel van hun inleg terug. De uitkomst hangt onder andere af van de waarde van de onderneming, beschikbare zekerheden en de positie van de obligatie in de kapitaalstructuur.

Een hogere coupon beschermt niet tegen wanbetaling. Bij ernstige financiële problemen kan zowel de rente- als aflossingsbetaling wegvallen. Beleggen kent risico’s; je kunt een deel van je inleg of je volledige inleg verliezen.

Rangorde en zekerheden

Niet iedere obligatie heeft bij betalingsproblemen dezelfde positie. Senior obligaties staan doorgaans hoger in de rangorde dan achtergestelde obligaties. Sommige leningen zijn gedekt door bezittingen, andere niet.

Een hogere positie betekent niet dat terugbetaling vaststaat. Er moet voldoende waarde aanwezig zijn nadat hoger gerangschikte schuldeisers zijn betaald. Ook de juridische voorwaarden verschillen per uitgifte. Het prospectus en de obligatievoorwaarden zijn daarom belangrijke informatiebronnen.

Rente-, markt- en liquiditeitsrisico

Naast kredietrisico hebben hoog rendement obligaties andere risico’s:

  • Renterisico: stijgende marktrentes kunnen bestaande obligaties minder aantrekkelijk maken, waardoor hun marktwaarde daalt.
  • Marktrisico: bij economische onzekerheid kan de vraag naar risicovollere obligaties afnemen en kan de kredietopslag oplopen.
  • Liquiditeitsrisico: sommige obligaties worden beperkt verhandeld. Verkopen kan daardoor moeilijk zijn of alleen mogelijk tegen een lagere prijs.
  • Valutarisico: bij een obligatie in een andere valuta kunnen wisselkoersen het resultaat verhogen of verlagen.
  • Vervroegde aflossing: een onderneming kan een obligatie onder bepaalde voorwaarden eerder aflossen, waarna je mogelijk tegen een lagere rente moet herbeleggen.

Leveren obligaties met hoog rendement periodieke inkomsten op?

Obligaties kunnen periodieke rente-inkomsten bieden, maar de betaalfrequentie verschilt. Een coupon kan bijvoorbeeld jaarlijks, halfjaarlijks of per kwartaal worden betaald. Maandelijkse betaling door één afzonderlijke obligatie is niet de standaard.

De uitkeringsfrequentie zegt bovendien niets over de hoogte of houdbaarheid van het totale rendement. Een maandelijkse betaling kan praktisch zijn voor je kasstroom, maar verlaagt het kredietrisico niet.

Coupondata bepalen het betaalmoment

Bij een individuele obligatie liggen de coupondata doorgaans vooraf vast in de voorwaarden. Je kunt verschillende obligaties met uiteenlopende betaalmomenten combineren om ontvangsten over het jaar te spreiden. Daarvoor is echter voldoende vermogen en spreiding nodig. Ook blijven betalingen afhankelijk van de financiële positie van de uitgevende instellingen.

Een obligatiefonds kan inkomsten van veel onderliggende obligaties bundelen en volgens een eigen schema uitkeren. Dat schema hoeft niet gelijk te lopen met de momenten waarop het fonds coupons ontvangt. Lees daarom het uitkeringsbeleid en controleer waar de uitkering uit bestaat.

Een uitkering is niet altijd volledig inkomen

Een fondsuitkering kan bestaan uit ontvangen rente, gerealiseerde koerswinsten en in sommige gevallen een terugbetaling van kapitaal. Een hoge of stabiele uitkering betekent dus niet automatisch dat de portefeuille in dezelfde periode een gelijk rendement heeft behaald.

Dit onderscheid is belangrijk wanneer je belegt voor periodiek inkomen. Als structureel kapitaal wordt uitgekeerd zonder dat dit door inkomsten of waardegroei wordt gecompenseerd, kan het belegde vermogen afnemen. Lees hierover meer in Hoog rendement en maandelijkse uitkeringen: rendement of terugbetaling van kapitaal?.

Individuele obligaties of een high yield obligatiefonds?

Je kunt rechtstreeks een individuele obligatie kopen of via een beleggingsfonds blootstelling krijgen aan een grotere verzameling obligaties. Beide vormen hebben eigen kenmerken.

Bij een individuele obligatie zijn de coupon, einddatum en nominale aflossingsvoorwaarden vooraf bekend. Dat geeft helderheid over de contractuele kasstromen, zolang de uitgevende onderneming haar verplichtingen nakomt. Daar staat tegenover dat goede spreiding over ondernemingen, sectoren, looptijden en landen veel vermogen en beheer kan vragen.

Een fonds kan gemakkelijker brede spreiding bieden en het kredietonderzoek uitbesteden aan een beheerder. De waarde van een fonds fluctueert echter voortdurend en er is meestal geen vaste einddatum waarop je oorspronkelijke inleg wordt afgelost. Ook betaal je fondskosten en kan de uitkering veranderen.

Belangrijke vragen bij een fonds zijn:

  • Hoe breed is de portefeuille gespreid?
  • Welke kredietkwaliteit en looptijden komen voor?
  • Hoe groot zijn sector- en landenconcentraties?
  • Keert het fonds inkomsten uit of herbelegt het deze?
  • Waaruit bestaat de periodieke uitkering?
  • Welke kosten worden in rekening gebracht?
  • Gebruikt het fonds derivaten of geleend geld?

Hoe beoordeel je hoog rendement obligaties voor periodiek inkomen?

Begin niet bij het hoogste rentepercentage, maar bij de vraag welke risico’s je neemt om dat percentage te ontvangen. Een nuchtere beoordeling bestaat uit meerdere stappen.

1. Onderzoek de bron van de hogere rente

Is de rente vooral hoog door algemene marktomstandigheden, een lange looptijd of specifieke problemen bij de onderneming? Een uitzonderlijk hoge kredietopslag kan een waarschuwing zijn dat de markt een aanzienlijke kans op betalingsproblemen ziet.

2. Kijk naar kasstromen en schulden

Een onderneming moet voldoende kasstroom genereren om rente te betalen en schulden af te lossen of te herfinancieren. Bekijk daarom niet alleen omzet en winst, maar ook schuldniveaus, rentelasten, liquiditeit en toekomstige aflossingen.

3. Lees de voorwaarden

Controleer de rangorde, zekerheden, looptijd, coupondata en voorwaarden voor vervroegde aflossing. De naam high yield vertelt je niet welke rechten je precies hebt.

4. Beoordeel de uitkering afzonderlijk van het totaalrendement

Periodieke inkomsten zijn slechts één onderdeel van het resultaat. Koersdalingen, wanbetalingen, kosten en valuta-effecten kunnen ontvangen rente deels of volledig tenietdoen. Vergelijk daarom het netto totaalrendement met het genomen risico.

5. Spreid over meerdere inkomstenbronnen

Spreiding over veel uitgevende ondernemingen kan de impact van één wanbetaling beperken, maar marktbrede verliezen niet uitsluiten. Daarnaast kan spreiding over verschillende activaklassen voorkomen dat je periodieke inkomen volledig afhankelijk is van één marktsegment.

GGR past binnen de strategie brede spreiding toe over meer dan 50 onderliggende beleggingsfondsen, meer dan 35 fondsbeheerders en meer dan 10 activaklassen. High yield obligaties zijn daarbij één mogelijke inkomstenbron naast onder meer vastgoedfondsen, senior loans en Business Development Companies. Het doel is een maandelijkse kapitaaluitkering met een beoogd rendement van circa 10% per jaar op jaarbasis. Dit is een doelstelling en geen garantie.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen hoog rendement obligaties en high yield obligaties?

Er is doorgaans geen inhoudelijk verschil. Hoog rendement obligaties is de Nederlandse benaming voor high yield obligaties. Beide termen verwijzen meestal naar bedrijfsobligaties met een kredietbeoordeling onder investment grade en een relatief hoge rentevergoeding.

Waarom hebben high yield obligaties een hogere rente?

De hogere rente compenseert beleggers voor extra risico’s, met name kredietrisico. De onderneming heeft een grotere kans op betalingsproblemen dan een kredietwaardigere uitgever. De hogere vergoeding is daarom geen garantie op een hoger eindresultaat.

Keren hoog rendement obligaties maandelijks uit?

Meestal niet. Individuele obligaties betalen hun coupon vaak jaarlijks, halfjaarlijks of per kwartaal. Een fonds kan wel maandelijks uitkeren, maar die frequentie wordt bepaald door het uitkeringsbeleid van het fonds en niet uitsluitend door de couponmomenten van de onderliggende obligaties.

Kan ik mijn inleg verliezen met obligaties hoog rendement?

Ja. Bij wanbetaling, herstructurering, koersdalingen of verkoop in een illiquide markt kun je verlies lijden. In ernstige gevallen kun je je volledige inleg verliezen. Ook fondsspreiding sluit verlies niet uit.

Is een hoge coupon hetzelfde als een hoog rendement?

Nee. Het uiteindelijke rendement hangt ook af van de aankoopprijs, aflossing, kosten, looptijd, wanbetalingen en eventuele valuta-effecten. Een obligatie met een hoge coupon kan alsnog een negatief resultaat opleveren.

Conclusie

Hoog rendement obligaties en high yield obligaties zijn in de praktijk meestal dezelfde beleggingscategorie. Het verschil zit niet in de benaming, maar tussen afzonderlijke obligaties: kredietkwaliteit, rangorde, looptijd, voorwaarden en verhandelbaarheid bepalen mede het risico en het mogelijke resultaat.

Voor periodiek inkomen is ook de betaalfrequentie belangrijk. Een hoge coupon betekent niet automatisch een maandelijkse uitkering, en een periodieke fondsuitkering is niet per definitie volledig afkomstig uit rente-inkomsten. Beoordeel daarom steeds de bron van de uitkering, het netto totaalrendement en de risico’s voor je kapitaal.

GGR combineert verschillende inkomstenbronnen binnen een breed gespreide portefeuille. Op de pagina over onze strategie lees je hoe spreiding en maandelijkse kapitaaluitkeringen binnen die aanpak worden benaderd. Beleggen kent risico’s; je kunt je inleg verliezen.